Een wond wordt chronisch genoemd wanneer er binnen een aanvaardbare tijdspanne weinig of geen tekenen zijn van genezing, ondanks gepaste behandeling. Deze wonden worden meestal niet veroorzaakt door externe krachten, zoals schaafwonden of brandwonden, maar hebben doorgaans te maken met onderliggende aandoeningen en negatieve invloeden. Deze culmineren in het ontstaan van weefselschade als gevolg van een verstoord metabolisme. Deze verstoringen kunnen het normale proces van wondgenezing vertragen of volledig tegenhouden.
De vaakst voorkomende types chronische wonden zijn: drukzweren (decubitusulcera/doorligwonden), onderbeenzweren (ook beenzweren/open benen en ulcus cruris genoemd) en diabetisch voetsyndroom.
Hoe vroeger de diagnose van een chronische wond wordt gesteld, hoe hoger de kans is op genezing. Het is daarom belangrijk dat de getroffen persoon de eerste tekenen juist interpreteert en in een vroeg stadium medische bijstand krijgt.

